Mijn vraag in de plenaire aan minister Geens om Vlaamse en Waalse vervolgingsbeleid bij fiscale fraudedossiers gelijk te stellen

Door Rob Van de Velde op 24 maart 2017, over deze onderwerpen: Fraudebestrijding

Vraag: Mijnheer de minister, een aantal maanden geleden werd het parket overstelpt door 61.000 dossiers die in het fiscalefraudedossier werden ingediend. Te veel, een groot gedeelte absoluut niet relevant, laat dat duidelijk zijn. Een deel van de dossiers had bepaalde trajecten doorlopen. Daarover zijn wij het eens. Men kan echter niet rond het feit dat die dossiers er wel waren en dat ze er nu liggen. De oefening om ze volledig op relevantie te filteren was aan de gang bij een aantal lokale parketten. Het federale parket heeft de dossiers naar zich toe getrokken. Dan komt er het ongelukkige signaal dat het volledige pakket wordt geseponeerd. U begrijpt dat dit aan de vooravond van de conclusies die in het Panamadossier zullen worden genomen en waar de Kamer zeer breed aan een aantal thema’s werkt – een van die thema’s is de samenwerking tussen Financiën, alle verschillende diensten, parket en gerecht, om te komen tot een coherent en volledig doorgetrokken beleid in handhaving en vervolging voor fraudedossiers – een heel ongelukkig signaal is. Ik hoop dat wij het daarover eens kunnen zijn.

Voor ons is het belangrijk dat dit dossier niet exemplarisch wordt voor wat wij tot hier toe hebben vastgesteld, met name het gebrek aan een goede geïntegreerde samenwerking. Of nog straffer, exemplarisch zou zijn dat roulette gaat opleveren, want een aantal dossiers waarin kapitaal niet werd geregulariseerd wordt nu volledig onder de mat geschoven. Exemplarisch, omdat we stilaan merken dat er een verschil in aanpak is tussen de Nederlandstalige en de Franstalige kamers.

Mijnheer de minister, begrijpt u nog hoe het federaal parket is tussengekomen om die dossiers aan de arrondissementele parketten te onttrekken? Gent werd gisteren in de commissie door Van Calster nog geroemd voor de planmatige aanpak. Hoe denkt u tot een eenvormig vervolgingsbeleid van onze fiscale fraude te komen?

 

Antwoord Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, collega Van de Velde, ik weet iets van fiscale regularisatie, in de vorige regering hebben wij ongeveer 2 miljard fiscaal geregulariseerd. Natuurlijk, ik ben enorm voor een coherente benadering van de strafrechtelijke vervolging tussen Financiën en Justitie, of er nu een fiscale regularisatie is geweest of niet. U weet echter ook, en op dat vlak zult u met mij akkoord gaan, dat als wij systematisch alle dossiers waarin er geregulariseerd is, laten leiden tot strafrechtelijke vervolging, hoe laakbaar fiscale fraude ook mag zijn, de begrotingsopbrengsten die de regering dit jaar gaat realiseren voor regularisatie geen 300 miljoen zullen bedragen. En wij hebben vorig jaar 13,6 of 20 miljoen of iets in die buurt gerealiseerd.

Ik ben sterk gekant tegen fiscale fraude, ik ben voor strafrechtelijke vervolging, maar laten wij duidelijk wezen, de fiscale parketten kunnen niet 61 000 dossiers, die zomaar worden afgekapt, allemaal zelf triëren, zonder de voorkennis die de fiscale administratie heeft. Daarover zijn wij het eens. En wij weten ook, mijnheer Van de Velde, met alle respect voor de fiscale ambtenaar die deze dossiers heeft afgekapt en zijn burgerzin, dat het normaal zou zijn dat de fiscus die dossiers voorbereidt en de parketten informeert dat de kapitalen waarover men spreekt in die 3 000 dossiers van de 61 000 zitten, bijvoorbeeld. Dat zou een ander verhaal zijn.

Mijnheer Van de Velde, u weet ook dat een sepot niet definitief is. Men kan altijd die 61.000 dossiers, of 1.000 of 500 of 300 of 2 000 daarvan, opnieuw heropenen.

Het enige dat ik zou durven vragen, is dat men daarover eens diep nadenkt. Het federaal parket heeft gisteren gezegd dat het er niet is voor fishing expeditions. Het heeft ook gezegd dat het bezig is met een gewogen beleidsgestuurde strafrechtelijke aanpak. Samen met collega Van Overtveldt probeer ik een una-viapolitiek op poten te zetten. Ik heb op beide ministeries gezeten. Laat mij zeggen dat dit niet zo gemakkelijk is. Dat zijn twee verschillende tradities en technieken. Mocht de BBI gecoördineerd, in overleg met de minister of de eigen directeur-generaal, hier een aantal dossiers hebben ingediend, dan denk ik dat het antwoord van het parket 'volle kracht vooruit' zou zijn geweest.

Maar denk aan twee dingen: de toekomstige opbrengst van de regularisatie en de selectie van de dossiers zoals artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering dat vereist.

Respons: Mijnheer de minister, over 80 procent van het parcours zijn wij gelijkdenkend. Ik meen dat wij het signaal dat vandaag is gegeven niet mogen onderschatten. Ik meen ook dat wij de gelijkmatige behandeling van dossiers in de Nederlandstalige en Franstalige kamers in het dossier moeten opnemen.

Alleen al sinds de EBA ter werden er 6.000 dossiers gecleard: 4.000 Franstalige en 2.000 Nederlandstalige. Het verschil in aangifte van kapitaal bedroeg 50 % in de Nederlandstalige dossiers en 6 % in de Franstalige dossiers. Dit betekent dat er aan het vervolgingsbeleid heel hard gesleuteld moet worden en dat wij een duidelijk signaal moeten geven.

Hier hebben wij een kans gemist. Ik begrijp dat die 61.000 dossiers een overdreven aantal is. Dat wil ik voor alle duidelijkheid zeggen, maar men had ze perfect kunnen triëren en ik hoop dat dit alsnog gebeurt.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is